Aanvang 1894 telde de gemeente Geulle 1025 inwoners. Omdat er de behoefte aan een eigen muziekgezelschap was ontstaan, werd er op zondag 29 juli 1894, in het café van Servaes Roebroek aan de kerk, een vergadering belegd. Alle inwoners die wilden meewerken aan de oprichting van een fanfaregezelschap werd de gelegenheid geboden om zich op te geven bij de initiatiefnemers die, voor dit doel een voorlopig comité hadden gevormd: Jozef Penders, organist, voornoemde Servaes Roebroek en Hubert Jonkhout. Deze drie kunnen beschouwd worden als de oprichters van de huidige Harmonie St. Caecilia. Toen bleek dat de overgrote meerderheid van de Geullenaren hun streven steunde, werd reeds een week later, zondag 5 augustus, overgegaan tot de keuze van een bestuur. Dit bestuur ging meteen aan het werk om het benodigde geld voor de instrumenten bijeen te brengen en een intekenlijst voor donateurs leverde het mooie bedrag van fl. 269,49 op. De bestuursleden zelf leverden eveneens hun bijdrage met bedragen variërend van fl. 10,- tot fl. 25,- per persoon. De aldus verkregen gelden waren echter niet voldoende en daarom werd bij de gemeente aangeklopt voor een subsidie van fl. 300,-. Over deze subsidie is in de gemeenteraad de nodige commotie geweest hetgeen niet zo verwonderlijk is als men bedenkt dat het jaarsalaris van de veldwachter ook fl. 300,- bedroeg en dat de totale uitgaven van de gemeente in 1895 fl. 5108,32 groot waren. Het subsidiebedrag voor de fanfare maakte hier bijna 6% van uit. Uiteindelijk werd echter de gevraagde subsidie verleend en kon het instrumentarium van 24 stuks bij fabrikant M.J.H. Kessels te Tilburg worden besteld. Als repetitielokaal werd door de gemeente een ongebruikt lokaal in het gemeentehuis ter beschikking gesteld. De bestuursleden P.J.M. Janssen en J. Vossen uit Moorveld verklaarden zich bereid om de repetities te leiden, waarop op donderdag 22 november 1894 besloten werd tot de definitieve oprichting van het gezelschap onder de naam "Fanfaregezelschap St. Caecilia".

De eerste muzikale leider van St. Caecilia werd dus P.J.M. Janssen, die dit in de eerste 25 jaar van het bestaan van de vereniging ook zou blijven. Toen hij eind 1898 als hoofdonderwijzer werd benoemd aan de lagere school te Ulestraten, trotseerde hij wekelijks weer en wind door te voet naar Geulle te komen voor het leiden van de repetities. Aanvankelijk bestond zijn "salaris" uit een geschenk dat hem bij gelegenheid van het jaarlijkse St. Caeciliafeest werd aangeboden. Zo kreeg hij o.m. een horloge, een horlogeketting, een lamp en een pendule. Vanaf 1906 zou hij een jaarsalaris van fl. 40,- ontvangen. Het eerste muzikale optreden van de fanfare vond plaats op 9 februari 1895 bij gelegenheid van de herbenoeming van president H.J. Vijgen tot burgemeester van Geulle. Hierbij werd het "Wien Nederlandsch Bloed" op verdienstelijke wijze uitgevoerd. In april van dat jaar presenteerde het korps zich aan de bevolking door muzikale bezoeken aan verschillende buurten in de gemeente. Het eerste concert werd al op maandag 10 juni 1895 te Schimmert gegeven. Reeds spoedig veroverde St. Caecilia zich een vaste plaats in de dorpsgemeenschap en mocht ze zich verheugen in de steun en sympathie van de inwoners.

In 1901 maakt de vereniging haar eerste moeilijke periode door. De discipline onder de leden liet te wensen over. Aanleiding daarvan was dat het optreden van de fanfare op haar allereerste concours in Meerssen op 29 juni niet het gewenste succes opleverde; er werd geen prijs behaald. "Toch meenden velen, die de uitvoeringen, zoo van ons gezelschap, als van andere bekroonde verenigingen aanhoorden, dat onzer sociëteit onrecht was geschied". Tijdens de eerste wereldoorlog van 1914 - 1918 stonden alle activiteiten als gevolg van de algehele recessie op een laag pitje. Met het aantreden van de nieuwe secretaris - penningmeester L. Vossen op 5 augustus 1918 ontstaat er weer nieuw elan in de vereniging. Uit zijn verslaglegging blijkt dat de vereniging begin 1918 op sterven na dood was. Dit zou aan de vooravond van het zilveren jubileum niet mogen gebeuren. Er werd een vergadering belegd waarop werd besloten om de vereniging nieuw leven in te blazen. En dat lukte; Pinkstermaandag werd weer voor het eerst gerepeteerd en kermiszondag kon het gymnastiekfeest van de plaatselijke turnvereniging met succes worden opgeluisterd. Met het aantreden van de nieuwe president L. Welkenhuysen op 7 augustus werd ook het bestuur weer gecompleteerd. Eind 1918 ging het de vereniging dan ook weer voor de wind.

Tussen de twee wereldoorlogen

In oktober 1919 nam P.J.M. Janssen afscheid als dirigent van de fanfare. Hij werd opgevolgd door de bekende dirigent en componist G.F.De Pauw. Onder zijn leiding boekte St. Caecilia haar eerste grote concourssucces, op 24 mei 1920 te Lekkerkerk. In de derde afdeling behaalde het korps een eerste prijs, de ereprijs, de directeursprijs en een eerste prijs in de marswedstrijd. In Geulle barstte een ongekend feest los compleet met "vlaggen en erepoort en heel de bevolking was saamgestroomd aan de halte om de overwinnaars te feliciteren".De hierop volgende jaren verliepen rustig maar in 1923 dreigde het weer mis te gaan toen directeur De Pauw terugtrad. Gelukkig was dit slechts tijdelijk, want enige tijd later bleek hij bereid zich weer met de muzikale leiding te belasten.

Na het moeizame herstel van 1924 volgde in 1925 weer een hoogtepunt in het bestaan van de vereniging. Een lang gekoesterde wens ging in vervulling, namelijk de bouw van een eigen verenigingslokaal, de "harmoniezaal" zoals hij van meet af aan werd genoemd. Het jaar 1928 werd volgens de secretaris van de fanfare, J.W. Janssen, voor Geulle "het jaar van twist en tweedracht". Er ontstond een conflict over het verhuren van de harmoniezaal, met name tussen voorzitter L. Welkenhuijsen en secretaris J.W. Janssen. De meningsverschillen en emoties liepen hierbij zo hoog op dat de voorzitter in een bijzondere vergadering, onder leiding van burgemeester A. van Aefferden, voorstelde de zaal te verkopen. Dit voorstel werd met algemene stemmen, die van Welkenhuijsen uitgezonderd, verworpen. Hierop zag deze zich gedwongen zijn ontslag aan te bieden; met hem stapten ook diverse muzikanten op. Zij richtten op Hemelvaartsdag in Geulle een nieuwe vereniging op: fanfare St. Martinus. St. Caecilia raakte hierdoor fors in de problemen, desondanks werd onder leiding van de nieuwe president, Eug. Pesch, vastgehouden aan de bestaande tradities zoals de opluistering van de kindercommunie.

De hierop volgende jaren verliepen rustig, het was een periode van hernieuwde opbouw na het stormachtige jaar 1928.In 1933 verlieten zowel directeur G.F. De Pauw als onderdirecteur A. Partouns de vereniging. De nieuwe dirigent werd Mathieu Janssen uit Elsloo. Met diens komst brak een nieuwe en succesvolle periode aan in het bestaan van de vereniging. Al op 10 mei 1934 werd deelgenomen aan een concours te Leiden. In de eerste afdeling werden 291 punten behaald, goed voor een tweede prijs. Ondanks het feit dat er weer duchtig gefeest werd, was men met dit resultaat kennelijk toch niet zo tevreden, want op 24 juni werd opnieuw aan een concours deelgenomen. Men zocht het nu dichter bij huis, namelijk in Weert. In de eerste afdeling werd een eerste prijs met 234 punten, alsmede de eerste ereprijs en de directeursprijs behaald. Dat Geulle dit geweldige succes met een tweedaags feest uitbundig vierde, zal niemand verwonderen. Al in 1935 volgde een nieuw succes, op zondag 4 augustus werd deelgenomen aan een concours te Eijsden. In de afdeling uitmuntendheid werd met 142,5 punt een eerste prijs met felicitaties behaald. Dit puntenaantal was tevens het hoogste van het hele concours. In de erewedstrijd werd eveneens een eerste prijs verworven met 62,5 punt. Bovendien werd de enige directeursprijs met algemene stemmen toegekend aan M. Janssen. Het hierop volgende feest in Geulle vond in een volslagen carnavalssfeer plaats en duurde twee volle dagen. De nu volgende jaren verliepen rustig.

De laatste fanfarejaren

Het uitbreken van de tweede wereldoorlog in mei 1940 sloeg de muzikanten als het ware lam. Er werd nog wel gerepeteerd en geconcerteerd, maar de echte animo ontbrak. Toen de Duitse bezetter op 22 november 1941 een verordening uitvaardigde dat ieder culturele vereniging voor 1 april 1942 diende toe te treden tot de zogenaamde "Kulturkammer", weigerde de vereniging dit te doen. Er werd besloten om per 1 april 1942 de repetities te stoppen en de instrumenten bij de muzikanten thuis op te bergen. Nauwelijks was Geulle van de bezetter bevrijd of de muziekinstrumenten werden weer te tevoorschijn gehaald en St. Caecilia trok er weer op uit. Op 17 september 1944 was Geulle door de Amerikanen bevrijd en daags erna trok de fanfare naar de Moorveldshof om hulde te brengen aan de bevrijders. Als dank hiervoor werd de vereniging uitgenodigd om veertien dagen later een concert te komen verzorgen, waarbij men "flink onthaald werd op broodjes met vleesch die wij in de oorlogsjaren hadden moeten missen".

Direct na de bevrijding nam dirigent M. Janssen ontslag. Hij werd opgevolgd dor Guill. Vossen, een getalenteerd musicus uit eigen gelederen, die zijn opleiding bij Janssen had genoten. In 1945 werd het uitgestelde gouden jubileumfeest op grootse wijze gevierd met een muziekfestival en een fancy fair. Het festival leverde f 3.000,- op, terwijl de bevolking nog eens f 4.000,- aan giften bij elkaar bracht. Met deze aanzienlijke geldsom kon de nog resterende schuld op de harmoniezaal worden afgelost.

In de eerste naoorlogse jaren ging het de vereniging financieel voor de wind en werd er gewerkt aan de verdere uitbouw. In 1949 werd voor het eerst na de oorlog aan een concours deelgenomen. Dit vond op 12 juni te Horn plaats. Het korps kwam uit in de ere-afdeling, maar de uitslag was uiterst teleurstellend, namelijk 292 punten en een tweede prijs. Als gevolg hiervan verliep het jaar 1950 zorgelijk. Het jaar 1951 zou een belangrijk jaar in de geschiedenis van St. Caecilia worden: op 6 september werd tijdens de algemene ledenvergadering besloten de fanfare om te zetten in een harmonie. Het zou echter nog ruim een jaar duren eer het zover was. Op 31 augustus 1952 vond het laatste optreden van Caecilia als fanfare plaats, waarmee Geulle een fanfare armer en een harmonie rijker werd.

In de maand april van 1953 vond er een buitengewoon belangrijke gebeurtenis plaats. Men had namelijk van de plaatselijke zustervereniging fanfare St. Martinus de uitnodiging ontvangen om deel te nemen aan hun festival bij gelegenheid van het zilveren jubileum van deze vereniging. Een dergelijk verzoek had St. Martinus ook al in 1948 gedaan; dit was toen echter door St. Caecilia pertinent geweigerd. Het bestuur anno 1953 dacht hier wat genuanceerder over, mede onder invloed van de overtuigingskracht van president Louis Janssen (zoon van de eerste dirigent). En zie, het onverwachte gebeurde! De harmonie raakte met de fanfare in gesprek en al spoedig viel het besluit om aan elkaars feesten deel te nemen. En zo ontmoetten beide Geulse muziekgezelschappen elkaar voor het eerst op elkaars eigen weidefeesten van 17 mei en 28 juni 1953. Nadat president Janssen op 20 februari 1953 was opgevolgd door J. Pinckaers kreeg de viering van het 60-jarig jubileum haar beslag.

In 1955 werd weer aan een bondsconcours deelgenomen. Voor het eerst als harmonie en derhalve in de eerste afdeling. Ook dit concours eindigde voor Caecilia teleurstellend, met 240 punten werd weer een tweede prijs behaald. De teleurstelling was groot en de animo daalde tot het nulpunt. Voor dirigent Vossen reden om op 9 april 1956 ontslag te nemen.

Zijn opvolger werd per 1 mei Martin Mulleneers uit Amby. Hierna veerde de vereniging op en kroop langzaam uit het dal waarin ze terecht gekomen was. Zodoende durfde men het aan op 28 juli 1957 weer aan een bondsconcours te Geleen deel te nemen. Nu was er gelukkig wel reden om te feesten want met 295 punten werd een fraaie eerste prijs met promotie naar de afdeling uitmuntendheid behaald. Men voelde zich als herboren en het korps blaakte van zelfvertrouwen. In deze sfeer gebeurde het dat het besluit werd genomen om al in het volgende jaar opnieuw aan een concours deel te nemen, nu in de afdeling uitmuntendheid. Dat dit in een euforie genomen besluit niet verstandig was, bleek op 20 juli 1958 toen met 267 punten in Elsloo een tweede prijs werd behaald. Goede raad was duur; maar toen bleek dat er in dat jaar in Den Dungen (N. Br.) ook een concours zou worden gehouden, werd de vergelijking met 1934 getrokken en werd besloten om op 15 augustus aan dit concours deel te nemen. De geschiedenis herhaalde zich echter niet en een tweede prijs, nu met 263 punten, was het resultaat. Zoals vaker in moeilijke tijden, bleek de vereniging ook nu weer over een enorme veerkracht te beschikken. Er werd een dames- en herencomité opgericht dat de Caecilianen de nodige morele en financiële steun verleende en heel langzaam krabbelde men weer een beetje overeind. De klap zou evenwel nog lang nadreunen.

De succesperiode o.l.v. Soudant

Zijn opvolger werd J.H. Soudant, een van de prominente dirigenten van dat moment. Met de komst van Soudant zou een periode van grote muzikale successen aanbreken. Zijn gedisciplineerde aanpak sprak direct aan, met als gevolg dat er een nieuw elan binnen de vereniging ontstond. Allereerst deed de drumband echter weer van zich spreken door op 17 juli 1966 deel te nemen aan het bondsconcours te Pey-Echt. In de eerste afdeling werden 251 punten behaald, hetgeen een eerste prijs met promotie betekende. Men kreeg er kennelijk niet genoeg van, want op 13 augustus toog de band weer naar Kerkrade waar in de 3e divisie aan het WMC werd deelgenomen. Dat werd echter een faliekante misrekening, want met 87,75 punt werd slechts een derde prijs behaald.

Na een intensieve voorbereiding durfde Soudant het aan om al op 4 september met de harmonie deel te nemen aan een bondsconcours te Herten. Het resultaat was verbluffend. In de afdeling uitmuntendheid werden 324 punten behaald: een eerste prijs met promotie en lof der jury!. Voor een vergelijkbaar succes moeten we terug naar 1935. Geulle was opnieuw te klein. Toen bleek dat het korps als hoogste in deze afdeling was geëindigd en derhalve afgevaardigd werd naar de landskampioenschappen te Deventer, kende het enthousiasme geen grenzen. Deze eer viel overigens ook aan de plaatselijke zustervereniging St. Martinus ten deel, maar dan in de superieure afdeling. Een hele eer voor ons dorp vonden de Geullenaren. Na een nieuwe afmattende voorbereiding moest op 10 december de eer van Limburg hoog worden gehouden en dat lukte: met 311 punten werd de blauwe kampioenswimpel in de wacht gesleept. Opnieuw stond een dorp op stelten temeer omdat ook St. Martinus een puike prestatie leverde door 317,5 punt te behalen. Door de sterke concurrentie was dit puntenaantal echter niet voldoende voor het veroveren van het kampioenschap.

Na een jaar van betrekkelijke rust was het in 1968 weer raak. Op 9 juni nam de drumband succesvol deel aan het bondsconcours te Eygelshoven door in de afdeling uitmuntendheid met 238,5 punt een eerste prijs te behalen. En toen de harmonie op zondag 1 september tijdens bet bondsconcours te Buchten in de ere-afdeling een eerste prijs met promotie (315 punten) veroverde, daverde het opnieuw dagenlang te Geulle.

1969 stond geheel in het teken van bet 75-jarig jubileum, 1970 van buitenlandse reizen naar Brugge en Hermalle in België en Wurzburg in Duitsland. In 1971 valt weer een concoursdeelname te noteren, nu in Valkenburg. In de superieure afdeling wisten Soudant en zijn muzikanten 312 punten te behalen, goed voor een prachtige eerste prijs. Inmiddels waren de uniformen versleten en werden nieuwe aangeschaft. Op 6 augustus reisde de vereniging naar het Duitse Bad Neuenahr waar een drietal concerten werd gegeven. De drumband achtte inmiddels de tijd rijp voor een nieuwe concoursdeelname. De afloop was echter teleurstellend: een tweede prijs met 119 punten. Nadat in de loop der jaren aarzelend en met horten en stoten een zekere vorm van samenwerking met zustervereniging St. Martinus was ontstaan, besloten beide verenigingen in de loop van 1973 om de samenwerking verder te concretiseren. Hiertoe werd een Samenwerkings Orgaan opgericht. In dit nog steeds bestaande "SO Geulle" worden de gemeenschappelijke belangen en eventuele geschilpunten besproken. Nadat drumband-instructeur De Klijn op 27 april ontslag had genomen, werd deze opgevolgd door een man uit eigen gelederen: Leo Bollen. Ook dit jaar weer een concertreis, nu naar het Duitse Witten op 22 september.

In 1974 stond een nieuwe concoursdeelname van de harmonie op het programna. Deze keer had men gekozen voor het WMC te Kerkrade. Opnieuw was er reden om te feesten, want in de eerste divisie werd 311,5 punt behaald, een mooie eerste prijs derhalve. Dan krijgt St. Caecilia een tegenslag te verwerken. Vanwege gezondheidsredenen ziet J.H. Soudant zich genoodzaakt om op 10 oktober zijn ontslag aan te bieden. De vereniging ziet een van haar succesvolste dirigenten met lede ogen vertrekken. Zijn opvolger werd G. Klinkers uit Bocholtz.

Een mindere periode

Ook in 1975 weer een concertreis, nu op 5 juli naar de in het Sauerland gelegen stad Attendorn. De optredens van Caecilia gedurende de twee dagen dat men hier te gast was, verliepen dermate succesvol dat men ook in 1976 werd uitgenodigd, nu voor een driedaags verblijf. Aansluitend aan de succesvolle eerste Attendorn-reis vond de viering van het 80-jarig jubileum plaats. Op 24 augustus werd opnieuw afgereisd naar Milmort voor weer een deelname aan de optocht. Met succes, hetgeen bleek uit het feit dat men ter plekke werd gecontracteerd voor een soortgelijk evenement in het naburige Jemeppe op 21 september. Ondertussen had de drumband opnieuw gezorgd voor een concourssucces door op 31 augustus te Brunssum een eerste prijs met 119 punten in de eerste afdeling te behalen.

Op 20 oktober 1977 vond de dirigentenvuurdoop van Klinkers met St. Caecilia plaats tijdens het bondsconcours te Borgharen. Deze verliep voorspoedig, getuige bet feit dat in de superieure afdeling met 307,5 punt een mooie eerste prijs behaald werd. Op 1 juni 1980 nam de drumband weer aan een concours deel te Baarlo. In de eerste divisie werd met 178,5 punt slechts een tweede prijs behaald. 

Het ging de vereniging overigens voor de wind en de sfeer was uitstekend. Ook het ledental vertoonde een duidelijke progressie. Zo was het aantal muzikanten gestegen tot 70 en dat van de drumband tot 26. Er was dus weinig reden om een nieuwe teleurstelling te verwachten. Wat gebeurde er echter? In 1981 had de harmonie opnieuw ingeschreven voor een bondsconcours. Dirigent Klinkers had gekozen voor twee prachtige, maar loodzware werken: Caprice Italiën van Tschaikowski en De Nacht op de Kale Berg van Moussorgski. Met een bang voorgevoel toog men op 11 oktober naar Heerlen, waar het concours in de stadsschouwburg werd afgewerkt. De sceptici kregen helaas gelijk, want de jury waardeerde het optreden van Caecilia met een totaal van 279 punten: een tweede prijs derhalve. Grote verslagenheid alom. Dit resultaat was voor dirigent Klinkers aanleiding om zijn ontslag aan te bieden.

Het bestuur ging naarstig op zoek naar een opvolger, die al spoedig werd gevonden in de persoon van Jos Stoffels uit Thorn. Ondanks deze directiewisseling werd 1982 geen rooskleurig jaar voor de vereniging. De "dreun van Heerlen" werkte nog lang na. 1983 zou het jaar van de drumband worden. Allereerst werd op 14 mei het zilveren jubileum feestelijk gevierd. vervolgens werd op 18 september deelgenomen aan het bondsconcours te Posterholt. In de derde divisie werd met 296 punten een fraaie eerste prijs veroverd. In de harmonie bleef het echter kwakkelen en ook de verhouding met dirigent Stoffels was gespannen. Uiteindelijk reden voor de dirigent om in augustus zijn ontslag aan te bieden.

Nieuwe successen

Als opvolger van Stoffels werd per 1 oktober Frans Scheepers uit Linne de nieuwe dirigent van St. Caecilia. Deze speelde het klaar om in korte tijd te zorgen veer een nieuw elan in de vereniging en de animo keerde terug. Het resultaat was een aantal voortreffelijke concerten in 1984. Ook de drumband deed weer van zich spreken, want op 29 september werd op het bondsconcours te Roggel in de derde divisie een eerste prijs met 288,5 punt behaald. Zij herhaalde dit succes in 1986 door op bet internationale concours in het Duitse Ubach-Palenberg opnieuw een eerste prijs met 85,5 punt te behalen.

Ook in de harmonie verliep muzikaal alles naar wens en men maakte zich op voor een nieuwe concoursdeelname, op 25 oktober 1987 in Voerendaal. Het resultaat was verbluffend, in de superieure afdeling werd een eerste prijs behaald met 325 punten: d.w.z. met lof der jury. Op 28 december nam instructeur Leo Bollen afscheid van de drumband. Hij werd opgevolgd door Jo Meijs uit Beek.

Het muzikale hoogtepunt van 1988 werd voor de harmonie gevormd door het uitbrengen van een LP. Het werd een in alle opzichten geslaagde productie en de oplage was dan ook in korte tijd uitverkocht.

Op 24 september 1988 ging weer alle aandacht uit naar de drumband toen op 24 september te Schimmert in de 3e afdeling aan een bondsconcours werd deelgenomen. Het resultaat gaf weer reden tot juichen, want met 316 punten werd een 1e prijs met promotie behaald. Dit resultaat had de vererende uitnodiging tot deelname aan de Limburgse kampioenschappen op 26 november te Maasbracht tot gevolg. Hier werd de Limburgse titel niet behaald, maar met 312 punten werd toch een fraaie tweede plaats bereikt.

Het hoogtepunt van 1990 was de concertreis naar het Franse Brienne le-Chateau waar op 15 en 16 september, tezamen met muziekkorpsen uit Oostenrijk, Tsjeche-Slowakije en Duitsland werd deelgenomen aan de plaatselijke zuurkoolfeesten. Dan dient dirigent Scheepers in oktober volkomen onverwacht zijn ontslag in. Volgens eigen zeggen omdat hij zijn bakens wilde verzetten en op zoek wilde naar nieuwe uitdagingen. Zijn opvolger zou per 1 januari 1991 Rob van der Zee uit Heerlen worden. Met diens komst komt ook een verheugende toestroom van leerlingen tot stand. In 1992 maken de Caecilianen zich opnieuw op voor een concertreis, deze keer naar het Duits Kötzting waar van 2 tot en met 5 oktober wordt deelgenomen aan een folkloristisch feest. 1993 zou weer een jaar vol hoogtepunten worden. Allereerst was daar de aanbieding van de nieuwe uniformen. Dan volgt het concourssucces van de drumband te Dieteren, waar in de 2e afdeling een eerste prijs met promotie en lof der jury werd behaald met 306 punten. Tenslotte was er de concoursdeelname van de harmonie. In een ontspannen sfeer werd toegewerkt naar de grote dag, zondag 24 oktober. Plaats van handeling: de Rodahal te Kerkrade. Ook nu was er weer reden tot juichen want in de superieure afdeling werd een zeer fraaie eerste prijs met 318,5 punt behaald. Zo nam bet jaar 1993 een prominente plaats in de bijna 100-jarige geschiedenis van St. Caecilia. Zo zijn we beland in bet jaar 1994, het jaar van het eeuwfeest van de Geulse harmonie St. Caecilia. Al is de vereniging een eeuw oud, ze is nog steeds springlevend.

De gegevens voor dit artikel zijn ontleend aan: S. Claessens en W. van Mulken m.m.v. Th. Oberndorff, St. Caecilia 100 jaar in harmonie